Tijdens de Dutch Green Building Week sprak onze collega Erik Jansen, senior bouwkostenmanager bij bbn adviseurs, over ontwikkelingen in de businesscase voor circulaire bouwprojecten. Samen met experts van onder andere Alba Concepts, Invest-NL, Envalue Real Estate en ABN AMRO ging hij in op de financiële en praktische uitdagingen én kansen van circulair bouwen.
In deze paneldiscussie werd onder leiding van Ruben Zonnevijlle (Dutch Green Building Council) besproken:
Erik Jansen liet zien hoe je circulaire ambities kunt realiseren zonder hogere kapitaallasten, door af te schrijven tot een financiële restwaarde in plaats van tot nul. Dit creëert direct financiële ruimte voor circulaire ontwerpkeuzes, zonder extra druk op de (gemeentelijke) begroting. Praktijkvoorbeelden kwamen onder andere uit maatschappelijk vastgoed, flexwoningen en gemeentelijke projecten.
De sessie onderstreepte het belang van standaardisatie en het verzamelen van data voor toekomstige waardecreatie. Circulariteit biedt kansen voor een competitieve businesscase en vraagt om samenwerking tussen bouw, vastgoed en financiële sector.
Foto: Dutch Green Building Council
In Rotterdam is een uniek project gerealiseerd: De HER, een milieustraat en ambachtscentrum dat bijna volledig bestaat uit hergebruikte materialen. Het gebouw verhuisde in zijn geheel van Delft naar Rotterdam en kreeg daar een tweede leven – aangevuld met circulaire elementen zoals gebruikte plafondplaten en binnenwanden.
Bij bbn adviseurs zijn we trots dat we hebben bijgedragen aan dit circulaire succes met behulp van een circulaire restwaardeberekening/Restwaarde Index (RWI) voor gebouw en terrein.
De RWI maakt herbruikbaarheid en losmaakbaarheid meetbaar en stuurbaar, zodat duurzaamheid niet alleen een ambitie blijft, maar een concreet resultaat oplevert.
Samen met onze partners laten we zien dat circulair bouwen niet alleen mogelijk is, maar ook economisch aantrekkelijk. De HER is hét bewijs dat hergebruik en innovatie hand in hand gaan.
Lees meer over het project in het artikel van Vers Beton.
Bij bbn adviseurs geloven we dat duurzaamheid geen optie is, maar een vanzelfsprekend onderdeel van elk project. In drie inspirerende schoolprojecten laten we zien hoe klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit concreet vorm krijgen in de praktijk:
Een energieneutraal gebouw met een zichtbaar duurzaam ontwerp: een glazen dak met zonnepanelen, een groen-blauw schoolplein en een toegankelijk dak met moestuinen. Duurzaamheid als lesmateriaal!
Vijf klimaatthema’s centraal: van waterberging tot biodiversiteit. Met groendaken, wadi’s, inheemse beplanting en slimme oplossingen tegen hittestress bouwen we aan een veerkrachtige leeromgeving.
Een houten schoolgebouw met biobased materialen, ontworpen met de HoutKern Bouwmethode van CircleWood. Flexibel, circulair en natuurinclusief – een voorbeeld van toekomstgericht bouwen.
Deze projecten tonen hoe we samen met gemeenten, architecten en bouwpartners bouwen aan een gezonde, groene en leerzame toekomst voor kinderen.
Lees het volledige artikel in de nieuwe editie van Schooldomein.
Voor veel gemeenten is het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed een complexe en vaak losstaande opgave. Bij gemeente Haarlemmermeer is dat anders. Daar is duurzaamheid een vanzelfsprekend onderdeel van het vastgoedmanagement geworden. Dat zorgt niet alleen voor energie-efficiëntere gebouwen, maar ook voor strategischere keuzes in de vastgoedportefeuille. Samen met bbn werkt de gemeente aan een toekomstbestendige aanpak waarin techniek, beleid en organisatie samenkomen. Dat is in elk geval de ervaring bij de gemeente Haarlemmermeer, vertellen Matthias Vellekoop, Teammanager Vastgoedzaken en Bert de Vries, Projectleider Verduurzamen Maatschappelijk Vastgoed. Zij gaan in gesprek met Vincent van Helvoort en Sidney Mac Gillavry van bbn adviseurs, die de gemeente ondersteunen.
De gemeente Haarlemmermeer beschikte volop over energieverbruiksdata, maar miste overzicht en richting. Matthias vertelt dat de gemeente rond 2019 begon als ‘smart follower’, in de tijd dat de kaders van het Parijsakkoord wettelijk werden vastgelegd door de EU. “We hebben toen de eerste stappen gezet met het labelen van alle panden om inzicht te krijgen in het energieverbruik en het laten opstellen van maatwerkadviezen.”
Dit was vooral een kwestie van veel data verzamelen, vertelt Matthias: “We hadden een stuk of honderd maatwerkadviezen opgesteld, maar we hadden nog niet echt een idee wat we met de data gingen doen.” Dit was de aanleiding om in 2022 de routekaart op te stellen. Om hierbij de nodige ondersteuning te krijgen is bbn benaderd, waarna Sidney aan tafel kwam bij de gemeente.
De routekaart versnelde het proces en vormde de basis voor een strategie. In een gemeente is politiek draagvlak essentieel om organisatie breed op dezelfde manier naar vastgoed te kijken. Een informatiesessie droeg eraan bij dat het idee van verduurzamen werd ‘vastgeklikt’ in het collectieve geheugen van de gemeenteraad.
“Dat is goed geland,” bevestigt Matthias. Zo ontstond er het besef dat het verduurzamen van de gebouwen een lopend proces is dat nodig is, maar wel een proces dat geld gaat kosten. “Dat geeft wel aan dat er een collectieve ambitie is,” zegt Vincent. De vraag om duidelijke kaders laat zien dat de ambities breed worden gedragen – en dat Haarlemmermeer echt wil doorpakken.
Verduurzaming mag geen doel op zich zijn; het moet ook leiden tot gebouwen die prettig en bruikbaar zijn voor de mensen die erin werken of sporten. Bert vertelt hoe het verduurzamingsprogramma is aangevuld met functionele wensen. Zo stammen veel panden uit de jaren 70 en 80 en zijn verouderd, zoals de sportaccommodatie in Bornholm. Naast verduurzaming wordt ook geïnvesteerd in comfort en functionaliteit, zoals douches, sportvloeren en akoestiek. Bert deelt hierover: “Zo krijg je dus een spin-off effect, waarbij verduurzaming hand in hand gaat met functionele verbeteringen.”
Om dit te bewerkstelligen komt het onderwerp meerjarenonderhoudsplan (MJOP) naar voren. Bij het opstellen van een MJOP moet er gekeken worden hoe dit zich verenigt met de verduurzamingsopgave. “Het MJOP en de verduurzamingsopgave laten zich nog niet overal verenigen met elkaar,” zegt Bert. “Daarom is het ook onze wens om de MJOPs in de toekomst op te werken tot DMJOPs, opgebouwd uit elementen die bij het gebouw aan de orde zijn.” Dit is een tendens die breed in de gemeentelijke sector zichtbaar is. Het MJOP pur sang is niet direct bedoeld om verduurzaming te stimuleren, maar het moet wel inzicht bieden in de mogelijkheden die er zijn.
“Deze aanpak zien we ook bij andere gemeenten,” zegt Vincent. Waar mogelijk worden onderhoud en verduurzaming gecombineerd, afgestemd op de routekaart en het MJOP. Die ‘van grof naar fijn’-aanpak maakt de opgave behapbaar en helpt bij het stellen van prioriteiten.
Een slimme verduurzamingsaanpak begint met een sterk vooronderzoek en goede samenwerking tussen beleid, techniek en organisatie. Hoe groter en technischer het gebouw, hoe belangrijker het voortraject wordt. Een goede voorstudie is essentieel voor een logisch, haalbaar en maakbaar stappenplan erna. ”En dat is iets waar de gemeente het belang van inziet,” zegt Vincent.
Bij gemeente Haarlemmermeer wordt die aanpak al toegepast op meerdere projecten. Zo vertelt Bert over gymzalen: “De vijf gymzalen waren te slecht voor een verduurzamingsaanpak en komen in een sloop-nieuwbouwtraject, wat weer een extra reductie op de CO2-prestatieladder betekent.”
Op basis van kengetallen maakt de gemeente een voorlopige selectie. In de ontwerpfase kunnen prestaties afwijken, maar zolang de koers op portefeuilleniveau klopt, is bijsturen soms nodig en gewenst.
Verduurzaming leeft inmiddels breed binnen de organisatie. “We zijn bezig met zaken als de energietransitie en monitoring voor de CO2-prestatieladder. Daarin stemmen we ook af met collega’s van andere afdelingen,” zegt Bert.
Volgens bbn is die interne verbinding cruciaal. Een ‘Bert’ in de organisatie maakt het verschil: hij slaat de brug tussen techniek en beleid. Juist de samenwerking tussen afdelingen zorgt ervoor dat plannen niet alleen bedacht, maar ook gedragen en uitgevoerd worden.

In het Dorpshuis Zwanenburg is de gemeente gestart met een verbeterslag om de regelinstallaties in het gebouw beter met elkaar te laten communiceren.
Niet direct een ‘lintjesdoorknipmoment’, maar wel belangrijk om juist ook dat soort kleine successen te vieren. “Verduurzaming is noodzakelijk, maar ook leuk om aan te werken en zeker niet alleen een last”, vinden Matthias en Bert.
Ook Vincent benadrukt het belang van dat soort ‘kleine’ projecten. “Als je kijkt naar het vastgoedareaal in een gemeente, dan hebben juist de ‘kleinere’ projecten zoals gymzalen, gemeentewerven, dorpshuizen en basisscholen een groot aandeel op de maatschappelijke impact. We doen daarin heel veel – en dat mogen we ook best laten zien.”
Tot slot geeft Matthias nog een tip aan zijn collega’s bij andere gemeenten: “Begin met een duidelijke strategie, denk die goed uit, bepaal je doel en werk het uit.” Kijk als gemeente niet alleen naar welke panden je aanpakt, maar ook hoe je het organiseert en financiert. Een goed plan kost tijd, maar verdient zich terug in de uitvoering.
Daarbij waarschuwt Matthias ook voor het ‘te ver gaan’ in de dataverzameling: “Genoeg is genoeg. Focus niet op data die je niet hebt, maar denk aan de wet van de grote aantallen.” Beredeneer wat essentieel is, en wat bijzaak is. Bepaal vanuit hier een strategie en wees bereid om tijdens het proces aanpassingen te doen. Matthias en Bert zijn tevreden met hoe het hele proces, van routekaart tot start uitvoering, is verlopen. Matthias: “De samenwerking met Sidney is daarin uitstekend geweest – we hebben nu het product dat we voor ogen hadden en plukken daar nog steeds de vruchten van.”
Ook Bert is positief over de haalbaarheidsonderzoeken die bbn heeft uitgevoerd: “bbn heeft kundige mensen op diverse disciplines, van bouwkunde tot installaties. De duidelijke, integrale benaderingswijze heb ik als heel prettig ervaren.”
Andersom spreekt Vincent ook zijn waardering uit voor Haarlemmermeer als opdrachtgever: “De gemeente en het projectteam bieden ons de ruimte om tot innovatieve oplossingen te komen. Die positieve instelling, met een gemeente die lef toont en verder durft te kijken, vergroot ook ons werkplezier. Verduurzaming is voor Haarlemmermeer geen ding voor erbij, maar onderdeel van de mindset binnen de organisatie.” Met bbn als partner kijkt Haarlemmermeer verder, van losse maatregelen naar een samenhangende vastgoedstrategie.
De samenwerking met Haarlemmermeer laat de uitdaging van gemeenten zien en hoe bbn kan ondersteunen bij vastgoedmanagement. Op zoek naar ondersteuning in vastgoedmanagement? Neem contact op.
Voor goede onderwijshuisvesting die bijdraagt aan de Nederlandse klimaatdoelen, is circulair bouwen essentieel. Zolang de restwaarde van schoolgebouwen niet wordt meegenomen in businesscases en financiering, blijft die meerwaarde onzichtbaar. Een nieuwe generieke landelijke standaard voor het berekenen van circulaire restwaarde, ontwikkeld door Alba Concepts en bbn adviseurs in opdracht van Invest-NL, brengt daar nu verandering in. De methodiek wordt vandaag gepresenteerd tijdens vastgoedbeurs Provada.
De rekenmethodiek circulaire restwaarde is ontwikkeld binnen het Programma Onderwijshuisvesting (POHV), in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en initiatiefnemers Vereniging van Nederlandse Gemeenten, PO-Raad en VO-Raad, met inhoudelijke steun van Ruimte-OK. Het POHV streeft ernaar dat alle schoolgebouwen in Nederland gezond, onderwijs-adaptief, energieneutraal én betaalbaar in gebruik zijn. Circulair bouwen – waarbij producten en materialen zo worden ontworpen dat ze hun waarde behouden en afval wordt geminimaliseerd – is daarvoor het uitgangspunt. Die meerwaarde wordt vaak niet meegenomen in de boekhouding. Hierdoor zijn circulaire scholen op papier nog financieel onaantrekkelijk voor gemeenten en onderwijsinstellingen.
Tot nu toe gebruiken verschillende partijen uiteenlopende methodes om circulaire restwaarde in te schatten. Dat maakt vergelijking lastig en belemmert accounting-technische verwerking. De nieuwe circulaire restwaarde-methodiek biedt een objectieve, transparante en breed toepasbare rekenwijze. De methodiek berekent de restwaarde van producten, elementen of modules op basis van de bouwkosten, met aftrek van kosten zoals demontage en transport. Dat maakt de uitkomst controleerbaar én bruikbaar voor uiteenlopende schoolgebouwen. De methodiek wordt inmiddels breed gedragen door financiers, kostenspecialisten en de accountantskantoren.
Circulariteit wordt pas aantrekkelijk als je aantoonbaar en betrouwbaar kunt laten zien wat de restwaarde is. Deze methodiek maakt de restwaarde van een gebouw tastbaar, berekenbaar en toepasbaar. Dat maakt het verschil voor een financierbare businesscase.” — Henk ter Elst, Opgavemanager Duurzaam Veenendaal bij de gemeente Veenendaal
Door de restwaarde al bij aanvang inzichtelijk te maken, kan deze worden meegenomen in zowel de investeringscasus als de financiering. Een belangrijke stap daarin is de rol van een kostenspecialist die deze restwaarde objectief en verifieerbaar vaststelt, zodat accountants deze in de jaarrekening kunnen verwerken. Dit leidt tot zowel lagere kapitaallasten als financieringslasten en maakt circulair bouwen niet alleen duurzamer, maar ook haalbaarder. De methodiek bouwt voort op de succesvolle aanpak die Invest-NL eerder ontwikkelde met VRO voor circulaire flexwoningen.
We roepen marktpartijen op om deze methodiek breed toe te passen. Naast Invest-NL, Alba Concepts en bbn hebben toonaangevende organisaties verklaard achter de ‘Circulaire Restwaarde Methodiek’ te staan, zoals Cirkelstad, DGBC, KPMG, Deloitte, PwC, EY, Republiq, BCI Gebouw, IGG, Haskoning, Arcadis, Baker Tilly, Draaijer en de gemeentes Heerenveen en Veenendaal. Deze en andere organisaties betuigen hun steun tijdens de presentatie op de Provada-stand van het ministerie van VRO.
Beeld: © Invest-NL


Gemeenten kunnen een sleutelrol spelen in het bevorderen van de transitie naar circulariteit. Het bedrijfsleven, bouw, zorg, onderwijs – het komt allemaal samen bij de gemeente. Maar hoe geef je prioriteit aan de circulaire economie, terwijl het ravijnjaar zijn schaduw vooruitwerpt?
Gelukkig betekent de omslag naar circulaire bouw niet een stap achteruit op financieel gebied. Sterker nog, het kan juist financieel interessant zijn om je circulaire ambities te verwezenlijken. Hoe dat zit, vertelt Wouter van Beijnum, die deze maand afzwaait als manager opgave Duurzaam Veenendaal. Zijn opvolger, Henk ter Elst, en Erik Jansen (bbn adviseurs), schuiven ook aan om hun licht te werpen op het onderwerp.
De gemeente Veenendaal zet stevig in op circulariteit: in 2050 wil de gemeente volledig circulair zijn. “We moeten anders met onze planeet omgaan,” zegt Wouter. “In 2050 willen we een duurzame, volledig circulaire stad zijn – we geloven dat dat nodig is. Zowel ons team als de wethouder zijn intrinsiek gemotiveerd om daar een voortrekkersrol in te pakken. We geloven echt dat het anders moet.”
“En dat is niet alleen idealisme,” vult Henk aan. “We hebben er een rotsvast vertrouwen in dat het kan en daar werken we ook aan, samen met het bedrijfsleven. Daar zit ook een groot belang: bedrijven die niet meegaan in de transitie, zien over een jaar of tien hun bestaansrecht misschien wel verdwijnen. Voor ons als gemeente is het bedrijfsleven belangrijk, dus moeten we alle zeilen bijzetten om de lineaire economie om te vormen naar een circulaire economie.”
“Het is daarbij van belang dat mensen niet bang zijn voor het onbekende. Het beeld bestaat dat circulair gelijkstaat aan minderwaardig. Zoals bij een inrichtingsproject: ‘je gaat toch niet op tweedehands stoelen zitten?’ Maar dat is het niet. Dat gevoel in de maatschappij moet veranderen,” zegt Wouter. “Het gaat veel meer om kansen zien in het hergebruik van materialen. De hoeveelheid materialen die we ter beschikking hebben, is immers eindig. Maar het potentieel om die materialen te hergebruiken, daarvan is het einde nog lang niet in zicht.”
Die ambitie is voor Veenendaal geen lege huls, benadrukt Wouter. “We zijn al acht jaar bezig met de energietransitie, de circulaire transitie en klimaatadaptatie. Zo zijn we risicodragend deelnemer in een warmtenet in de bestaande bouw. Op het gebied van netcongesties kijken we naar optimalisatie om onze duurzaamheidsambities waar te maken. En we hebben al stappen gezet in circulaire bouw: een losmaakbare staalconstructie in een brandweerkazerne, klimaatbewust bouwen aan het IKC Franse Gat en de realisatie van de gemeentewerf die we zo losmaakbaar mogelijk hebben uitgevoerd, zijn daar mooie voorbeelden van.”
De gemeentewerf is een mooie case om op in te zoomen. “Het is echt een schitterend gebouw geworden met een duurzame uitstraling, dankzij de groene gevels en groene binnengevel,” schetst Wouter. “We hebben daarbij afgewogen of we wel een nieuw gebouw nodig hadden. Want daar begint circulair bouwen mee: kijk naar wat je hebt, gebruik je leegstand en upgrade die waar mogelijk.”
Een volledig circulaire gemeente in 2050 – dat is een mooie ambitie, maar uiteindelijk moet er ook geld voor zijn. Zeker met het komende ravijnjaar is dat geen vanzelfsprekendheid. “Maar circulair bouwen is juist ook financieel interessant,” zegt Wouter. “Het vraagt een zekere voorinvestering, maar als je vervolgens ook je cost of ownership meeneemt in de berekeningen – waarbij je kijkt naar de hele gebruiksperiode, inclusief onderhoud – ontstaat er een ander plaatje. Zo naar de toekomst kijken zijn we nog niet zo gewend, maar als je de oogstfase ook meeneemt, verschuift de balans opeens van risico’s naar kansen.”
Wouter geeft aan dat de restwaardeberekening mogelijk al wel te veel afwaardering meeneemt. Hij ziet enorm veel kansen dat de restwaarde hoger zal zijn in de toekomst. “De prijzen van materialen zullen exponentieel stijgen door grondstoffenschaarste. Hier sorteren we nog niet op voor met de restwaardeberekening, we rekenen op deze manier nog aan de veilige kant.” Voor nu een prima uitgangspunt, maar: “Als we iets minder veilig kijken, wordt het nog aantrekkelijker.”
In de toekomst gaat de gemeente Veenendaal die verschuiving meer concreet vorm gegeven, door gebruik te maken van de RestWaarde Index (RWI) als instrument om de circulaire ambities op te volgen. “Tot op heden vroegen we meer aan de markt, aan de bouwers, wat we konden doen, zonder daar een stuurbare eis op mee te geven. De aangeboden initiatieven werden dan door de gemeente omarmd. Dat gaat nu veranderen. Door de RWI te gebruiken kunnen we meer sturen tijdens het bouwproces. Zo kunnen we de restwaarde verzilveren in onze investering.”
“We zien nu nog te veel gebouwen die worden gesloopt en een hele berg aan afval achterlaten. Dat vind ik erg jammer,” zegt Erik. “En het kan anders. Gebouwen moet je nu anders insteken om een afvalberg over dertig jaar te voorkomen. Dat kan als je aan de voorkant stuurt: zie een gebouw als een materialendepot voor de toekomst, kijk welke factoren een grote impact hebben op de restwaarde. Precies dat is wat we berekenen met de RWI.”
“Zo’n benchmark inzetten is heel belangrijk om de stappen die we maken op het gebied van circulariteit, inzichtelijk te maken,” meent Wouter. “Door met z’n allen een RWI-waarde af te spreken als benchmark, kunnen we sturen op circulariteit. Dat wordt dan dus hét instrument om te volgen of we nog circulair bouwen. Ook kan je met de RWI checken of het circulaire gebouw dat je wilt neerzetten in de praktijk ook circulair gemaakt wordt, en je blijft bij de les: je kunt regelmatig checken of je alles volgens de beste circulaire manier doet en of je benchmark nog op orde is.”
bbn adviseurs kan daaraan bijdragen met de kennis die in de loop der jaren is verzameld op het gebied van bouwkostenmanagement. Erik: “We kunnen putten uit een enorme bron aan ervaring en gegevens. Zo brengen we de impactmakers op restwaarde in kaart, of het nu gaat om arbeid op de bouwplaats, de conditiescore, materiaalwaarde, materiaalkeuze en bouwmethodes.”
Tot slot heeft Wouter nog een tip voor gemeenten die nog twijfelen over het hoe en wat van circulair bouwen. “Ga er gewoon mee aan de slag! Tools als de RWI maken duidelijk dat we veel meer kunnen met de circulaire economie. Als die beter draait, plukken we daar ook weer de vruchten van. Het is zonde dat we zo veel materialen delven, raffineren, produceren, transporteren en gebruiken om die vervolgens als waardeloos weg te zetten. Met het inzicht van wat allemaal mogelijk is door in het begin van het proces al te sturen op restwaarde, kan je nu al gerichte keuzes maken die zich later dubbel en dwars uitbetalen.”
De uitdagingen voor woningcorporaties zijn groot: betaalbare woningen realiseren, maar wel zo duurzaam en circulair mogelijk. Dat vraagt om scherpe keuzes, zeker gezien de aangekondigde huurbevriezing. Om woningcorporaties te helpen bij het maken van de juiste keuzes, bundelen bbn adviseurs en Finance Ideas hun krachten.
Waar bbn adviseurs helpt bij het vinden van een gezonde balans tussen sociale, ecologische en economische ambities, zorgt Finance Ideas voor financieel onderbouwd beleid dat richting geeft en maatschappelijke impact vergroot. Samen ondersteunen we woningcorporaties bij het maken van toekomstbestendige keuzes. Daarbij is geld niet het doel, maar een middel om impact te maken.
Henno Hanselaar heeft zich namens bbn adviseurs beziggehouden met het vormgeven van de samenwerking. “Het begon met een pilotprogramma voor vijf corporaties vanuit Finance Ideas”, vertelt hij. “De bedoeling was om investeringsstatuten en begrotingen te vereenvoudigen en nauwkeuriger te maken.”
In een eerste sessie werd bepaald om voor vijf referentiewoningen uit de Woonstandaard 3.1 dieper op de materie in te gaan: PMC 2 en 3 voor eengezinswoningen en PMC 6, 7 en 8 voor meergezinswoningen. “Die woningtypen vormen ongeveer 80 procent van de nieuwbouw voor corporaties – dus als je dat op een eenvoudige manier hebt geregeld, kun je daar heel veel winst uit halen.”
In het vervolgstadium van het pilottraject is bbn adviseurs gevraagd om als bouwkostenspecialist mee te denken. “Als het om begrotingen gaat, moet je een goede inschatting maken van hoeveel je in de loop der jaren moet investeren – onze bouwkostenexpertise was dus input die goed kon worden gebruikt voor de vijf woningtypes.”
Daarbij spelen diverse variabelen een rol, legt Henno uit. “Bij appartementen kijk je bijvoorbeeld naar het aantal woonlagen. Ook in de afmetingen van woningen zit in de Woonstandaard een marge: of een woning 50 of 60 m2 is, maakt voor de bouwkosten al een heel verschil. Bij grondgebonden woningen is de dakvorm van belang, bijvoorbeeld een schuine kap of plat dak. En de lengte van de heipalen hangt af van de locatie in het land: bouw je op zandgrond, dan kan je rekenen met kortere palen.”
De adviseurs van bbn zijn aan de slag gegaan om al dat soort variabelen te ‘vangen’ in een rekenmodel. “We hebben een afgeleide gemaakt van ons standaardmodel voor EGW’s en MGW’s en daar een aantal knoppen aan toegevoegd, om aan de specifieke vereisten voor corporaties tegemoet te komen. Zo hebben we een knop gemaakt om te kiezen voor houtbouw met het CircleWood-systeem van Oosterhoff of een traditionele constructie.”
Dat Excel-model is binnen de werkgroep gedeeld en verder toegelicht op het duurzame en CO2-neutrale bbn-kantoor in Houten. “Daaruit kregen we nog wat waardevolle feedback die we meteen hebben verwerkt. Door onze krachten te bundelen, hebben we nu een rekenmodel dat stevig staat, waarmee woningcorporaties snel en eenvoudig inzicht krijgen in de financiële impact van hun toekomstige projecten.”
Meer weten?
Neem contact op met Henno Hanselaar, sectormanager woningcorporaties, via h.hanselaar@bbn.nl of 06 22 57 51 16.
Een feestelijke dag voor alle leerlingen van de Lingelaar en St. Antonius in Beesd. Op een zonovergoten ochtend gingen de deuren open voor de eerste lesdag in de nieuwe Brede School Cingelplein. Toegejuicht door de kinderen van beide scholen knipten een aantal mensen samen met wethouder Piet Jan den Dikken het lint door. In de nieuwe Brede School doen ook de Bibliotheek Rivierenland en de kinderopvang mee. En dankzij de nieuwe ’tunnel’ naar het naastgelegen Klokhuis, is ook de gymzaal heel makkelijk te bereiken.
Wethouder Den Dikken: ‘Een nieuw avontuur: twee scholen in één nieuw schoolgebouw, geweldig! Dankzij de samenwerking met Kinderopvang KaKa, de Bibliotheek Rivierenland en Het Klokhuis heeft Beesd nu een nieuw, maatschappelijk hart midden in het dorp. Een fijne, toegankelijke plek, waar jong en oud samenkomen.’
De nieuwe Brede School Cingelplein is uniek voor de gemeente. Het gebouw voorziet in z’n eigen energie. Het gebouw is grotendeels van hout en andere natuurlijke materialen. En het heeft een mos- en sedumdak en deels een groene gevel. Zo is het gebouw helemaal klaar voor de toekomst! Een prachtig project, gerealiseerd dankzij het werk van onder meer Aannemersbedrijf P. van Leeuwen, RoosRos Architecten en bbn adviseurs.
De stikstofwetgeving in Nederland is de laatste tijd aan nogal wat veranderingen onderhevig. Denk bijvoorbeeld aan recente uitspraken van de rechter en de Raad van State en de ontwikkelingen in Den Haag. Maar wat betekent dit concreet voor jouw bouw- of ontwikkelproject?
In deze video legt Thierry van Wandelen uit wat de impact is van de nieuwste regelgeving.
Met de Stikstof Risicoscan, ontwikkeld door ABT en bbn, kun je al in een vroeg stadium inzicht krijgen in de stikstofdepositie van je project. Zo kun je tijdig bijsturen en vertraging voorkomen.
Joshua Louw werkt nu ruim een jaar bij bbn. Na zijn studie bouwkunde had hij niet direct bedacht dat hij op de afdeling bouwkosten zou gaan werken, maar nu voelt hij zich daar als een vis in het water. “Alles komt hier bij elkaar, dat maakt het werk veelzijdig en leuk.”
Als bouwkostendeskundige rekent Joshua ramingen uit voor verschillende bouwprojecten. Daarbij maakt hij ook gebruik van de RestWaarde Index als tool om verduurzaming te stimuleren. “Dat werken aan verduurzaming is voor mij persoonlijk heel belangrijk en was ook een van de redenen om bij bbn te gaan werken.”
Een mooi voorbeeld van zo’n duurzaam project is de HER in Rotterdam, waarvoor Joshua heeft bijgedragen aan de begroting, met daarbij ook een restwaardeberekening. “Het bijzondere aan dat project is dat ze alles circulair hebben gedaan, van gebouw tot terrein. Meestal vallen de ambities vanwege hoge kosten, maar in dit geval is dat niet gebeurd – het toppunt van herbruikbaarheid en circulariteit.”
Het leuke aan het werken bij bbn vindt Joshua dat er altijd iets te leren valt. “Momenteel zijn we bezig met digitalisering en het integreren van 3D-modellen in onze ramingen. Dat vind ik ook een heel leuke tak van sport. Het is een innovatie waar ik echt toekomst in zie, waarmee we straks alles in één keer kunnen doen. Het is mooi om te zien dat we bij bbn dat soort innovaties ook echt omarmen.”
Joshua wijst ook op de prettige werksfeer bij bbn. “De collega’s zijn heel leuk. In Rotterdam, waar ik vaak werk, hebben we een hechte groep collega’s. Dat beperkt zich niet alleen tot de eigen afdeling – je spreekt met mensen van alle afdelingen. Dat contact maakt het ook leuk om naar kantoor te gaan.”
Hij roept geïnteresseerde kandidaten vooral op om te solliciteren. “Kom gewoon op gesprek als je interesse hebt. Je merkt al snel dat we hier een open cultuur hebben en een sfeer waarin mensen veel vrijheid hebben, iedereen kan z’n eigen ding doen. Als starter kan je hier bovendien heel veel leren.”
Kijk ook eens op onze vacaturesite. Zit er iets voor je tussen? Wie weet zien we jou binnenkort bij ons op kantoor!